Opgeruimd staat netjes

Voor de derde keer deze week vraag ik Puberdochter 14 of ze alsjeblieft die lange haren niet overal wil uitkammen. Ze draait zich naar me toe en kijkt me geïrriteerd aan.
'Dat doe ik ook niet,' antwoordt ze. 'Maar het hangt soms gewoon aan mijn billen.'
'Dan ga jij iedere dag je eigen rommel maar stofzuigen!'
Ik knal de deur achter me dicht en loop in snelle pas weg.
Ik word er gek van, iedere dag die bossen haar op de grond te zien schitteren. In de douche, op de badrand, de wastafel en zelfs op de wc-bril.
Bloedirritant.
Ik hou van een schone vloer en zeker boven want daar loop ik het liefst op blote voetjes zonder dat ik zandkorrels of gekriebel van haren tussen mijn tenen wil voelen.

De slaapkamers moeten schoon

Kleine Man is op zijn eigen kamer aan het spelen. Zijn kamer grenst aan de slaapkamer van Puberdochter 14. Op de overloop zie ik een spoor van haren naar zijn kamer toe lopen.
Ik ben er helemaal klaar mee!
Chagrijnig loop ik met een stapeltje net opgevouwen was zijn slaapkamer in als ik de hele stapel uit mijn handen op de grond laat vallen.
'Au!'
Verschikt kijkt Kleine Man op en zie ik het hoofd van Puberdochter 14 om de hoek steken.
'Gaat het mama?' vraagt Kleine Man met een zacht stemmetje.
'Pokke-autootjes!'
Een pijnscheut trekt door mijn hele lijf. Ik pak de onderkant van mijn voet stevig vast en begin te wrijven. Dit is al de zoveelste keer dat ik op dat rot speelgoed van hem ga staan.
'Mama, dat mag je toch niet zeggen?'
Ik wél, wil ik schreeuwen.
'Klopt schat, mama mag dat niet zeggen. Maar misschien moet jij je kamer eens opruimen?'
Hij trekt een pruillip.
'Ja, maar..'
'Niks ja maar!'
Ik zet mijn handen in mijn zij en kijk hem strak aan.
'Opruimen. Nu!'

Ik draai me met een ruk om. 'En jij ook,' roep ik naar Puberdochter 14 die net nog stilletjes om de hoek stond en alweer vertrokken is in de hoop dat ik háár over het hoofd zou zien.
Niet dus.

Ook ik kan troep maken

Met mijn schone keukendoeken loop ik de trap af. In de keuken komt meteen de volgende woedeaanval omhoog borrelen als ik zie dat het aanrecht één grote bende is. De messen liggen nog op het aanrecht met resten van een combinatie van smeerworst en boter. Er staat geen enkel bord in de vaatwasser. Dát mag ik dus weer doen.
Kunnen ze dan helemaal niets?
Er knapt iets in me.
Kwaad begin ik de kapstok leeg te plukken en laat ik net als klein duimpje overal mijn sporen achter.
Nu is het aan mij om er eens een flinke bende van te maken. En ik geniet er heimelijk van. Ik smijt overal kledingstukken op de grond en ik gooi demonstratief wat chips kruimels op de bank. Voor de vorm leg ik al het bestek en mijn servies op het aanrecht en laat ik de koelkast openstaan. Ook trek ik het schoenenrek leeg en ik laat de schoenen hier en daar midden in de keuken verdwijnen. Nieuwsgierig naar hun reactie trek ik een barkruk van het aanrecht, ga zitten en kijk triomfantelijk in het rond.
Laat ze maar komen.
Ik hoor gedribbel op de trap
Drie witte smoeltjes kijken me geschokt aan, wachtend op mijn verdere reactie.
Met mijn armen stijf over elkaar blijf ik ze zegevierend aankijken.
'Zo, wat denken jullie hiervan? Word ik genomineerd voor 'Het beste huishouden van Jan Steen?'
Nog steeds kijken ze me zwijgend aan. Ze zijn totaal uit het veld geslagen, mijn pubers en kleuter.
Met een gebogen hoofd beginnen ze alles op te ruimen. Ik dwing mezelf te blijven zitten en moet een lach onderdrukken. Kleine Man helpt driftig mee. Hij heeft zijn handen vol schoenen. Verrast kijk ik hoe ze alles binnen vijf minuten hebben opgeruimd.

'Wat is het hier opgeruimd,' hoor ik Husband zeggen als hij 's avonds thuiskomt. Ik kijk hem trots aan.
'Ik heb ze best onder controle, vind je niet?'
Hij opent een keukenlade om een stapel borden te pakken. Ik hoor hem grinniken en triomfantelijk houdt hij een schoen in de lucht.
'Opgeruimd staat netjes, schat?'