Als je een huis vol pubers hebt en één vijfjarige, zit er niets anders op dan een paar weken lang toneel te spelen in je eigen huis. Gelukkig speelt iedereen vol overgave mee.

Sinds de Sint in het land is, is onze Kleine Man zichzelf niet meer. Er gaat een zelfcorrigerende werking uit van de (dreiging van) aanwezige Pieten.

‘Kom Kleine Man, nu even dooreten en niet zo knoeien.’ Ik wijs naar de doperwten die over de grond rollen. Geïrriteerd sta ik op om een vaatdoekje te pakken.

‘Ssst, wat was dat nou?’ Zijn zus maakt haar ogen groot en spitst haar oren. ‘Hoorde jij ook gerommel buiten?’
Kleine Man kijkt haar geschrokken aan en begint als een gek zijn bordje leeg te eten. Als ik de laatste doperwt heb opgeraapt, roept hij zo hard ‘sorry mama’ dat de buren het ook hebben kunnen horen.

Als hij zijn schoentje mag zetten, roept hij zijn grote broer en zussen, die allemaal met een schoen naar beneden komen. Zo veel speculaaspoppen heb ik niet, bedenk ik en ik schud onopvallend met mijn hoofd naar de kinderen. Niet doen, zegt mijn gezicht.
‘Wat is er mam? Je schudt zo raar met je hoofd?’ Puberzoon 17 heeft zichtbaar lol in dit spel.
‘Zooo benieuwd wat ik krijg,’ zegt Puberdochter 15.

Als alle schoenen en het laarsje van Kleine Man staan, zingen ze samen zo hard en vals als ze kunnen het hele Sinterklaasrepertoire. Ik weet dat de winterwortel die in de laars gaat, nog tot 5 december dienst zal doen.

Bij het naar bed brengen, horen we gebonk op de trap en Kleine Man zit weer rechtop en klaarwakker in zijn bed. Als de pubers zo doorgaan, krijgt dat kind nog een zenuwinzinking. Ik geef hem een kus en verzeker hem dat ook de Pieten nu gaan slapen.

Voordat ik naar bed ga, schrijf ik drie briefjes die ik in de schoenen van de pubers stop. Een speculaaspop gaat in de laars van Kleine Man.

Een paar uur later stapt Husband naast me in bed. ‘Schat! Ik ben vergeten de winterpeen uit de laars van Kleine Man te halen. Wil jij dat nog even doen?’ Hij zucht maar ik doe alsof ik het niet hoor. Het bed is zo heerlijk warm, ik draai me lekker nog een keer om.

Om zes uur maakt Kleine Man me opgewonden wakker en trekt aan mijn arm. ‘Er zit niks in mijn laarsje,’ roept hij meer verbaasd dan verdrietig. Ik vraag of hij wel goed heeft gekeken en slaperig stap ik uit bed. ‘Sinterklaas is wel geweest,’ zegt hij vol overtuiging, ‘Want de wortel is weg.’

In één oogopslag zie ik dat de schoenen en de laars leeg zijn. Achter me hoor ik de enthousiaste geluiden van onze hondjes en in een split second weet ik wat er is gebeurd. Joppie heeft nog papiersnippers aan zijn lippen hangen en Koosje laat een boer. In de hoek van de kamer zie ik dat een van de honden iets te gulzig is geweest en zijn maaginhoud eruit heeft gespuugd.

Maar Kleine Man is maar met één ding bezig, houdt zijn laarsje op zijn kop en schudt hard.

‘Schat, ik denk dat iemand anders met je kadootje ervandoor is gegaan.’
Met een kwaaie kop zet hij zijn laars terug en slaat zijn armen over elkaar en kijkt boos naar Joppie, Teuntje & Koosje.
Dan zegt hij vol overgave: ‘Ik denk dat jullie op pakjesavond niks krijgen stoute hondjes.’