Problemen zijn altijd makkelijk te relativeren zolang je ze zelf niet hebt. Maar op het moment dat het jou bij je kladden grijpt, klaag je net zo hard. Nu heb ik gelukkig alleen maar last van een luxeprobleem.
We zijn op vakantie en ik mag lekker ontspannen. Een heerlijk hotel, de zee, een zwembad, een parasolletje en een boekje erbij. Maar na drie dagen word ik onrustig. Dan hoef ik geen cocktails of siësta meer. Dan kruipen de kriebels in mijn onderbuik omhoog en grijpen me bij mijn keel.
Ik benijd mensen die dit niet herkennen. Die daadwerkelijk twee weken lang op een strandbedje kunnen liggen met een goed boek. Als daar workshops voor zijn, teken ik gelijk in!
Want ik kan het niet. Ik word onrustig in mijn hoofd, benen, armen en zelfs mijn tenen beginnen te wiebelen.

 

Terwijl anderen met de dag, nee, met het uur meer ontspannen raken en op mij een haast comateuze indruk maken, bedenk ik wat ik met mijn kriebels kan doen.
Zal ik toch ff een sportschooltje doen? Een pittige workout en lekker zweten van de inspanning in plaats van de zon? Of kunnen we niet een museum bezoeken? Dan hoef ik niet alleen.
Wacht: GOOGLE!
Ik vis mijn grote vriend de telefoon weer uit het nachtkastje – terwijl ik mezelf had beloofd een he-le dag telefoonvrij te zijn ­– en mijn zoeksprieten doen weer hun werk.
‘Schat, heb je deze lunchtent gezien? Hier moeten we echt naartoe.’
Husband kijkt amper op mijn telefoonscherm en mompelt dat we hier ook prima kunnen lunchen.
Ja, dat weet ik.
Maar HIER zat ik gisteren en eergisteren ook al. Ik heb nieuwe impulsen nodig. Ander uitzicht, andere mensen, andere geuren. Nieuwe avonturen!
‘Schat, jij vindt het toch altijd fijn om nieuwe inspiratie op te doen? Deze tent heeft echt een toffe inrichting, kijk!’
Ik druk het telefoonscherm bijna tegen zijn neus en nóg kijkt Husband op noch om.
Ik zucht en laat me verveeld onderuit zakken. Ik zit er verloren bij. Ik scrol verder, laat me niet zomaar uit het veld slaan. Een leuke excursie dan. Er moet toch iets zijn, waarmee ik mijn man uit zijn luie stoel kan krijgen?!
Dan springt Puberdochter 16 mij bij. Ze gaat recht voor zijn neus in de zon staan, haar schaduw valt over hem heen. Ze heeft zijn aandacht. Ze trekt een gezicht zoals alleen meisjes van zestien dat kunnen doen als ze iets van hun vader gedaan willen krijgen. Tot mijn verrassing is het dit keer niet zijn pinpas ;-)
‘Pap, kijk dan. Wat mam laat zien, is echt heel leuk. Kom op!’
‘Boek maar!’ horen we Husband verslagen roepen vanachter zijn krant. ‘Dus dát,’ voeg ik er met mijn armen over elkaar aan toe.

 

Als we die avond arriveren op onze gereserveerde bestemming en wij met elkaar aan tafel zitten, laat Husband op zich wachten. ‘Jongens, ik ben zo terug,’ zeg ik tegen de rest.
Als ik terug naar de ingang loop, zie ik Husband door de toko lopen met zijn telefoon in de hand. Staat hij nu wéér de stoelen van de tafels te trekken? Een fotootje hier een fotootje daar. Aan alles zie ik dat hij helemaal in zijn element is.
‘Leuk hé schat!’ roep ik triomfantelijk.
Dág luie stoel!