article-image

LENTE, SCHOONMAAK EN HEBBERIGHEID

Met een knal gooi ik het portier van de auto dicht.‘Niet de straat op!’
Overal rijden vaders en moeders om hun kroost naar school te brengen.
In de chaotiek (ik weet wel dat dit woord niet bestaat, maar zo voelt het) van de ochtend steken we snel over en struikel ik bijna over de armlussen van Kleine Man’s schooltas. Die ik natuurlijk draag. Het zonnetje weerkaatst in het raam van zijn klas. Ik knijp mijn ogen samen om hem te kunnen zien. Ik zwaai, geef een handkus, zwaai nog een keer, draai me om en loop met een snelle pas het schoolplein af. Nog even draai ik me om. Nog één handkus dan en ik schiet het plein af.

Weg met die winterslaap

Terwijl ik naar de auto loop, flitsen er allerlei gedachten door mijn hoofd. Heb ik twee bekers in zijn tas gedaan? Zaten zijn gymspullen erin? Heb ik fruit in zijn tas gedaan? Ik word gek van de chaos in mijn hoofd, maar ik kan er nu toch niets meer aan veranderen. Ik schud letterlijk de spanning van mijn schouders en hoor dan pas de vogeltjes fluiten. Ik kijk in de lucht en voel hoe de zon op mijn huid brandt. Er trekt een kriebel door mijn buik. Jippie: het wordt lente!

Als grote zomerliefhebber zou ik al lang de eerste kenmerken moeten hebben opgemerkt. Ik snuif de frisheid van de lentelucht diep op. Wat ruikt dat heerlijk!
Wiehoee, ik zie mezelf alweer in de tuin zitten. Boekje, zonnebril, zonnebrand, een badje voor Kleine Man, muziekje en natuurlijk een glas witte wijn met ijs. Normaal gesproken zou ik dat zonde van de wijn vinden – dat ijs – maar met warme dagen stijgt die wijn anders wel heel snel naar mijn hoofd. Ik heb zin in een grote lenteschoonmaak maar om twaalf uur moet ik weer naar het schoolplein. Aan de bak dus.

De topsport die lenteschoonmaak heet

Als ik thuiskom, zie ik de eerste stofdeeltjes alweer rondvliegen door de binnen schijnende zon. Eerst gooi ik de ramen open en haal ik de spinnenwebben weg. Daarna verwijder ik met een droge doek het stof van de meubels. Ik schuif ook een keer de grote kast van zijn plek, want daar kan een hoop viezigheid achter liggen.
Jeetje mina waar ben ik aan begonnen, wat is dat ding zwaar. Met alle geweld probeer ik de kast weer terug op zijn plek te krijgen en ik heb het gevoel dat ik aan topsport heb gedaan. Hijgend zak ik op de grond. Holy shit, waarom kan ik nou niet wachten tot Husband vanavond thuis is? Dat duurt te lang voor deze ongeduldige optimist. Ik kijk achter de kast en vind eindelijk de powerbank terug die ik al maanden kwijt ben. Komt het schoonmaken toch nog goed van pas. Ik kijk nog eens goed naar de verschoven kast en opeens weet ik het: dié kast moet weg. Ik ben hem zat.

Hongerig naar verandering

Ik nip van mijn kop thee – die ice-tea is geworden – en blader wat door het woonboek van De Troubadour. Een vorm van inhaligheid neemt compleet beslag van me. Ik markeer met een stift welke spullen ik graag wil hebben en het liefst bel ik Husband meteen op om te zeggen dat we de hele boel moeten veranderen. Het woonboek lijkt wel een kleurboek en ik besef dat ik last heb van hebzucht. De kriebels van de lente maken me hyperactief en hongerig naar verandering. Herken jij dit gevoel ook?
Mijn oma zei altijd: ‘wie rijk wil zijn, moet niet zijn vermogen vermeerderen maar zijn hebzucht verminderen.’
Goed punt van oma maar ik blijf met deze lentekriebels zitten. Als ik op de klok kijk, schrik ik me kapot. Vijf voor twaalf. Het is één grote ravage.
Ik vlieg de deur uit om Kleine Man te gaan halen en buiten voel ik de brandende zon. Snel stuur ik toch nog Husband een WhatsApp: Lief, kan ik bij jou een bestelling doen? En kan er vanavond al geleverd worden?